Heilige Apostel Paulus

Apostel Paulus
feestdag 29 juni, samen met Petrus,
30 juni Paulus

ca 10 v.Chr. Tarsus – 29 juni 64 of 67 (?) Rome

Saulus was tentenmaker en een ontwikkeld farizeeër die christenen vervolgde.  Zo was hij met instemming aanwezig toen over St Stefanus, de proto-martelaar, het doodvonnis werd uitgesproken.  Op weg naar Damascus veranderde Saulus de kerkvervolger in ca 40 door Gods genade in Paulus de grote “apostel van de heidenen”.  Hij had onderweg een visioen waarin Jezus hem verscheen.  Paulus bleef enige tijd in Damascus en begon er Christus te verkondigen.
Hij schreef brieven waarvan er dertien in het Nieuwe Testament zijn opgenomen (als men de traditie volgt dat de Brief aan de Hebreeën ook van Paulus is, zijn het er veertien).  Volgens één overlevering zijn Petrus en Paulus op dezelfde dag gestorven.  Hij stierf door het zwaard aan de Via Ostia en Petrus werd omgekeerd gekruisigd op de Vaticaanse heuvel.  Na Jezus is Paulus waarschijnlijk de meest invloedrijke persoon geweest in de geschiedenis van het christelijk denken, voor de leer en de verspreiding van het christendom.

De naam Paulus betekent : kleine persoon, de geringe.

 

Heilige Wladimir van Kiev

Heilige Vladimir van Kiev
feestdag 15 juli
ca 960 – 15 juli 1015 Kiëv

Kleinzoon van St Olga van Kiëv en zoon van Svjatoslav, vanaf 980 grootvorst van Kiëv.  Liet zich in 985 dopen toen keizer Basilius II  hem in ruil voor militaire hulp zijn zuster Annaa ten huwelijk schonk.  De doop van zijn onderdanen in de Dnepr in 989 wordt beschouwd als het begin van de kerstening van Rusland en van het ontstaan van de Russisch-orthodoxe  kerk.

Zijn twee zoons Boris en Gleb worden als martelaar vereerd.

 

 

Heilige Spyridon

Heilige Spyridon van Trimython
Feestdag 12 december

Askia (Cyprus) – ca 348 Trymithon (Cyprus)

 Spyridon, die in het oosten de bijnaam “de Wonderdoener” kreeg, begon zijn leven als herder.  Hij huwde, kreeg een dochter Irene en werd bisschop van Trymithon.

Ondanks deze functie bleef hij ook zijn dierlijke kudde hoeden.  Tijdens de vervolgingen van Diocletianus verloor hij een oog en moest hij in de mijnen werken, maar hij overleefde dit.  Op het concilie van Nicea (325) en van Sardica (343) verzette hij zich tegen het arianisme.

Hij wordt geëerd als de patroon van wezen en van zeelieden.

 

De Heilige SAVA (Sabas) van Servië
Feestdag 12 januari

 De heilige  Sabas was de eerste aartsbisschop van Servië en stichter van het monasterium van Chilandar op de Heilige Athosberg. Hij is de patroon van Servië.

 Hij werd geboren in 1169 en was de derde zoon van de zeer vrome Stefaan Nemanja, prins van Servië. Bij het doopsel ontving hij de naam Rastislav. Hij was een bijzonder ernstig kind dat zich bezig hield met de zaken van het geestelijke leven. Toen hij vijftien jaar was werd hij belast met het bestuur van de provincie Herzégovina. Maar hij voelde zich elke dag meer aangetrokken door de goddelijke liefde. Een jaar later kwam hij terug aan het hof en wilden zijn ouders hem uithuwelijken, maar hij vluchtte met een bevriende monnik naar de Athos die toen juist bekendheid begon te krijgen als monnikentehuis. Hij werd er opgenomen in het Russische klooster Panteleimon bestuurd door een wijze Russische starets. Rastislav overwon zijn laatste twijfel omtrent zijn roeping toen deze starets hem het evangeliewoord van Mat. 10, 37 in herinnering bracht: “Hij die zijn vader of moeder meer bemint dan mij is mijner niet waardig”.  Hij besloot dan ook zijn kruis op te nemen en de Heer te volgen. Hij werd er echter ontdekt door een voevod (hertog) die zijn vader had aangesteld om hem te zoeken. Hij ontving de delegatie van zijn vader maar toen allen na de maaltijd sliepen sloot hij zich met een oude monnik in de vestingstoren en legde in diens handen de geloften af. Voortaan was hij monnik en zijn afgeknipt hoofdhaar wierp hij vanuit de toren naar de bezoekers om ze mee te nemen als getuigenis voor zijn vader. Ook gaf hij hen een brief mee.

Heilige Sava van Servië

Sava begon een streng monnikenleven. Hij verhuisde later naar het Vatopediklooster waar hij zich beter thuisvoelde. Maar toen hij de kluizenaars bezocht die in de grotten van de steile bergflanken woonden, verlangde hij ernaar daarheen te trekken. Toen kreeg hij van zijn starets te horen dat hij zich eerst in  het gemeenschappelijk leven moest oefenen.
Enige tijd later ontving hij van zijn ouders grote geschenken voor het klooster en zij vroegen hem hen te komen bezoeken. Hij schreef zijn vader een brief waarin hij hem uitlegde dat hij deze weg gekozen had omwille van Christus. Die brief maakte een diepe indruk op zijn ouders. Daarop besloten zijn ouders hun koninkrijk over te dragen aan hun tweede zoon Stefaan, om zich ook volledig in te zetten voor het rijk van God. Dat was in 1196. Enige tijd later legden zijn beide ouders de monniksgeloften af. Vorst Stefaan werd monnik Simeon, zijn moeder Anna werd monachina Anastatia. Simeon leefde eerst in Servië in het klooster van Studenitsa en later op de Athos. Hij woonde met zijn zoon in Vatopedi, maar door de bescherming van keizer Alexis III (= 1203) konden ze in 1199 het vervallen klooster van Chilandar weer opbouwen, dat later het centrum werd van de Servische kerkelijke cultuur. Kort daarna in 1200 stierf Simeon als een heilige. Wij vieren zijn feest op 13 februari. Sava begeleidde het lichaam van zijn vader naar het klooster Studenitsa in Servië waar het begraven werd. Hij bleef in zijn vaderland tot in 1216 en bouwde er de kathedraal van Zjitsja.
Toen pas kon hij zijn harte wens vervullen. Hij keerde terug naar de Athosberg en ging leven in een kluis nabij Karyes de kleine hoofdstad van de monnikenrepubliek. Gevangen in de liefde van Christus smeekte hij God dag en nacht en vroeg hem medelijden te hebben met hem de grootste van alle zondaars. In 1219 ging de heilige Sava naar Nicea en bekwam er de volledige autonomie voor de Servische Kerk. Hij zelf werd de eerste aartsbisschop. Terug in zijn land zette hij zich volledig in voor de Servische Kerk. Hij wijdde zijn beste volgelingen tot bisschop en stichtte vele kloosters.
Na vele moeilijkheden, toen alles rustig was in zijn land, ondernam hij nog een pelgrimstocht naar het Heilig Land. Hij verbleef er in het klooster van de heilige Sava waar hij de herdersstaf van zijn heilige patroon ontving.
Daarna reisde hij naar Servië terug nadat hij nog eenmaal zijn broeders op de Athos gegroet had. Oud geworden droeg hij het bestuur van de Servische Kerk over aan zijn leerling de heilige Arseen (1234-64) en ondernam een nieuwe pelgrimsreis naar het Heilig Land, Egypte, de Sinaïberg en Antiochië. Uitgeput door zijn vele reizen en de moeilijke jaren gewijd aan de Servische Kerk stierf hij op de terugweg in Bulgarije (1235-36). Hij werd daar begraven, maar zijn relieken werden later naar Servië in het klooster van Mileservio overgebracht als bron van kracht voor het gehele volk. Dit klooster werd een bekend pelgrimsoord. Maar tijdens de Turkse overheersing werden zijn heilige relieken in Beograd verbrand op 27 april 1594 als straf na een Servische opstand.
Toch blijft in het bewustzijn van het orthodoxe volk  de heilige Sava voortleven als de grote heilige Verlichter en hemelse bemiddelaar voor het Servische Volk.

 Troparion van zijn feest
Aan uw volk hebt gij de weg geleerd die naar het werkelijke leven voert, heilige aartsbisschop Sabas; gij hebt uw land herboren doen worden door de Heilige Geest en zijn kinderen gemaakt tot olijfbomen in het Paradijs. Bid voor ons die u vereren, tot Christus onze God, om de grote genade.

 Heilige Nektarios van Pentapolis

 

Heilige Georgios de Trofeedrager

Heilige Georgios de Trofeedrager
Feestdag 23 april
De Heilige Georgios kwam volgens de legende uit een christelijke familie en werd geboren aan het einde van de 3e eeuw. Zijn vader kwam uit Cappadocië, zijn moeder uit Palestina. Zijn vader, een officier in het leger, stierf toen Joris nog jong was. Eens volwassen werd ook Joris militair en hij bracht het tot officier in het leger van Diocletianus. Toen deze een decreet uitvaardigde waarin de vervolging van christenen werd bevolen, weigerde Joris aan de vervolging deel te nemen, en verklaarde hij zelf christen te zijn. Hierop liet Diocletianus hem vermoorden. Over het veronderstelde leven van Joris doet de Legenda Aurea verder geen mededelingen. Moderne onderzoekers brengen Joris in verband met een martelaarsdood in Lydda in de periode vóór de regering van Constantijn de Grote.

Joris (Georgius) van Cappadocië (gestorven 23 april 303) is een martelaar en heilige. Sinds 1222 is hij patroon (beschermheilige) van Engeland (Engels: Saint George). De meeste mensen kennen hem beter als Sint-Joris met de draak. In Rusland is hij bekend als Святой Георгий, momenteel staat hij afgebeeld op de achterkant van de kopejka.

Sint Joris is daarmee een van de heiligen waarvan wordt aangenomen dat hij nooit heeft geleefd. De eerste vermeldingen over Joris zijn honderden jaren na zijn veronderstelde marteldood opgetekend. Het is ook niet duidelijk waar deze Sint-Joris geleefd zou hebben, men plaatst hem aan de Afrikaanse kust maar ook in Klein-Azië. Voor de ridderschap was de historiciteit van Sint-Joris onbelangrijk, het ging hen om een patroonheilige die krijgshaftig en moedig was en op een voor de krijgslieden aansprekende wijze, dus met het zwaard of de lans en niet met een gebed zoals bijvoorbeeld Romanus van Rouen, het kwaad overwon. De meeste heiligen waren vredelievend of contemplatief. In Joris vallen de mythen rond Koning Arthur en zijn drakendodende ridders samen met de christelijke heiligenverering.

Heilige Dimitrios de Myronvloeier
Feestdag 6 oktober

 De heilige Demitrios van Thessaloniki (Grieks: Άγιος Δημήτριος της Θεσσαλονίκης) hoort samen met de heilige Georgius en de heilige Theodoros van Euchaïta tot de drie belangrijkste soldatenheiligen van het christelijke Oosten.

Hij kwam uit een Christelijke familie en werd rond 280 na Chr. geboren. Net zoals zijn vader, was hij officier in het Romeinse leger. Hij werd als gevolg van de christenvervolgingen gemarteld onder keizer Diocletianus, waarschijnlijk in 306. Hij wordt vooral vereerd in Thessaloniki. Hij is tevens de beschermheilige van deze stad. Ter ere van hem werd kort na de Edict van Milaan bij de oude romeinse thermen van Thessaloniki, waar hij gemarteld werd, een kleine kerk gebouwd, waar zijn relieken liggen, de Agios Demitriuskerk. In de 5e eeuw werd een grotere basilica gebouwd. De Orthodoxe Kerk viert zijn gedachtenis op 26 oktober.

Demetrios is een van de heiligen die op de Hongaarse Stefanskroon zijn afgebeeld.

 Heilige Panteleimon de Barmhartige
feestdag 27 juli

 +ca 305 Nicomedië

Arts die bijzondere genezingen deed, gratis werkte en lijfarts werd van keizer Maximianus Herculius.  Toen hij christen werd, stierf hij met de anderen, de marteldood. Men zegt dat hij voor hij bezweek aan zijn martelingen, voor de leeuwen werd gegooid, maar dat deze aan zijn voeten gingen liggen zonder hem enig kwaad te doen. Hij is patroon van Keulen; van o.a. apothekers, chirurgen, geneesheren, vroedvrouwen..

Heilige Bavo, Patroon van Gent

Heilige Bavo
Feestdag 1 oktober
Monnik, Patroon van Gent
(
= omstreeks het jaar 657)

Alwijn, bijgenaamd BAVO, stamde uit een adelijke familie gevestigd in de streek van zuidelijk Brabant gekend onder de naam van Hasbain. Zijn vader Agilulf was trouwens graaf van Hasbain en oom van Carloman, vader van de hertog van Brabant, Pepijn van Landen. Zijn moeder noemde zich Adeltruda. Alhoewel hij van jongsaf christelijk werd opgevoed leefde hij nogal losbandig in zijn eerste jeugd. Nog vrij jong huwde hij de dochter van graaf Adilon en kreeg een dochter, genaamd Ageltruda, die zich later liet opmerken door haar opgang naar heiligheid. Ook zijn vrouw was deugdzaam en godvruchtig.

Hij verloor haar en kwam tot ernstige bezinning over de ijdelheid van de wereld. Hij werd diep getroffen door een der predikingen van de Heilige Amandus en besloot van zich oprecht te bekeren. Deze apostolische man had pas zijn toespraak beëindigd of BAVO viel neer voor zijn voeten terwijl hij bitter weende. Hij bekende zijn losbandigheid en vroeg hem wat hij moest doen om de weg van het heil te bewandelen. De heilige bisschop bemerkte de oprechtheid van zijn tranen doch vleide hem niet uit schrik om zijn boetedoening te storen. Hij moedigde hem aan en wees op Gods oneindige barmhartigheid. Toch wees hij hem op de noodzakelijkheid om zijn levenswandel totaal te veranderen, om zijn fouten in te zien en om de middelen aan te wenden om zijn ziel te genezen. Zo zou hij een nieuwe mens worden. Deze richtlijnen versterkten BAVO in zijn vrome gevoelens. Hij kwam tot totale innerlijke ommekeer in de biecht.
Terug thuis schonk hij al zijn geld en bezittingen aan de armen. Nadat hij alle wereldse zaken had geregeld trok hij zich terug in een monasterie, dat hij – steeds naar het advies van de Heilige Amandus – op de plaats van de samenloop van de Schelde en de Leie te Gent had doen bouwen. Hij kreeg er de monastieke tonsuur van de handen van de HEILIGE AMANDUS en leidde er een intens spiritueel leven van zelfverloochening en van voortdurende opgang naar GOD. Enige tijd nadien bekwam hij van de HEILIGE AMANDUS de toelating om zich als kluizenaar terug te trekken. Eerst hield hij zich op in een boomtronk. Daarna bouwde hij zich een hokje in een bos in de nabijheid van Gent. Hij stelde zich tevreden met wat water en wilde kruiden.
Na enige tijd kwam hij naar het monasterie waar hij oorspronkelijk bij zijn spirituele bekering opgenomen werd, terug. Hij sloot zich op in een enge cel, die de HEILIGE AMANDUS gebouwd had, een soort grot waarin men nauwelijks kon rechtstaan. Hij leidde er een streng ascetisch leven en beoefende er een permanent gebedsleven. Dit belette niet dat velen naar hem toe kwamen. Op onvermoeibare wijze aanhoorde hij hun moeilijkheden en problemen, en waar hij kon bracht hij vrede en ééndracht terug. Zo bracht hij nog twee jaar door in heiligheid en ascese tot hij vermoedelijk op 1 oktober 657, voor de eeuwigheid geboren werd. Velen werden door zijn stichtend voorbeeld getroffen en zochten zich door een ascetisch leven te vervolmaken waaronder de Heilige Gertruda en de Heilige Begga, dochters van Pepijn, Hertog van Brabant.

De HEILIGE BAVO werd patroon van de Stad Gent. Zijn feestdag valt op 1 oktober.

Heilige Joos

Heilige Joos
Feestdag 13 december

Judocus werd rond 600 geboren

De patroonheilige de Heilige Joos ( in het latijn Judocus), was een Bretonse koningszoon uit de zevende eeuw, die de voor hem bestemde kroon afwees om een leven te gaan leiden als kluizenaar en pelgrim. De Heilige Sint Judocus is tevens de patroonheilige van pelgrims, reizigers, zeevarenden, bakkers, blinden en mensen met koorts; hij beschermt boeren voor onweer, hagel en ziekten van het vee, waakt over zieke mensen en ziekenhuizen. Dat hij vereerd werd als beschermheilige tegen besmettelijke ziekten zal wel de reden zijn dat de kapel aan hem werd toegewijd.
Judocus werd rond 600 geboren als zoon van Juthaël, koning van Bretagne en zijn vrouw Prithella (of Prizel). Zij kregen nog een zoon, Judicael. Na het overlijden van Prithella, hertrouwde Juthaël, waaruit nog meerdere zonen voortkwamen. Rond 640 deed zijn vader afstand van de troon en zou de broer van Judocus, Judicael, het koningsschap overnemen. Hier ontstond echter grote onenigheid  over bij één van de zonen uit het tweede huwelijk van Juthaël, wat uitmondde in een gewelddadige uitbarsting. Judicael vluchtte een klooster in om aan het geweld te ontkomen, evenals Judocus.
Judicael is toch koning van Bretagne geworden. Het klooster waar hij ooit naar toe was gevlucht, bleef echter in zijn gedachten en hij besloot na een tijd het koningsschap vaarwel te zeggen en zich terug te trekken als monnik in het klooster.

Koningsschap
Als tweede zoon was nu Judocus aan de beurt om het koningsschap over te nemen. Hij vroeg hier bedenktijd voor met als resultaat dat hij van zijn recht om koning te worden af zag. In veel afbeeldingen van St. Judocus zie je ook dat er een kroon aan zijn voeten ligt, als symbool dat hij van zijn koningsschap heeft afgezien. Judocus sloot zich aan bij een groep Pelgrims die als doel hadden om naar Rome te gaan. De groep nam allerlei omwegen en kwam in het gebied van Haymon, hertog van Ponthieu, terecht. Van de tocht naar Rome zou voorlopig niets komen. Haymon nam Judocus in dienst als priester. Judocus verlangde echter naar eenzaamheid om zo God te kunnen dienen. Haymon gaf hem deze vrijheid en bood hem verschillende plaatsen aan om zich terug te kunnen trekken. Acht jaar leefde hij als kluizenaar in Brahic, daarna was hij dertien jaar lang priester in Runiac. Hierna voltooide hij alsnog zijn pelgrimstoch naar Rome om daarna weer terug te keren naar Runiac. In 665 richtte Judocus daar een kluizenarij op. Later is hier de Benediktijnerabdij met de naam St. Josse-sur-Mer uit ontstaan, ter nagedachtenis aan St. Judocus.

Heilige Serafim van Sarov

Heilige Serafim van Sarov
Feestdag 2 januari

De heilige Serafim van Sarov is een van de grootste russische Heiligen en nog wel bijna uit de moderne tijd. Prochor Misjnin werd geboren als zoon van een aannemer te Koersk, in 1759. Toen hij twintig werd, trad hij in het klooster van Sarov en kreeg toen de naam Serafim. Veertien jaar later werd hij priester gewijd terwijl hij uitgroeide tot een groot mysticus, in wie het leven der oude Woestijnvaders opnieuw gestalte kreeg. Zestien jaar leefde hij in volstrekte eenzaamheid, diep in het maagdelijke russische woud, waar hij bomen velde, een moestuin aanlegde, de Heilige Schrift overwoog en de Vader bestudeerde, onder onophoudelijk gebed.
Alleen zondags ging hij voor de Heilige Liturgie naar het klooster, waar hij zich ook een half jaar moest laten verplegen nadat hij door een groep zwervers in elkaar was geslagen. Na zijn genezing trok hij weer naar de eenzaamheid terug en pleegde nog zwaardere ascese. Dagenlang bleef hij staan bidden op een hoog rotsblok, zoals eens de Zuilheiligen. Maar zijn gezondheid was toch geknakt en toen hij vijftig jaar oud was, bezat hij niet meer de kracht om de wekelijkse tocht naar het klooster te maken. Daar kreeg hij toen een afgelegen cel, waar hij nog vijf en twintig jaar als rekluus geleefd heeft tot zijn dood in 1833.
Maar dit zo verborgen leven straalde als een vuurtoren over het russische land en later over heel de wereld. Een stroom van zoekenden kwam naar hem toe om hulp in lichamelijke en geestelijke nood. Ook gaf hij leiding aan een zustergemeenschap in het naburige Divejevo. Zo sterk leefde hij in de Heilige Geest dat verschillende van zijn visioenen ook door anderen, die juist bij hem waren, werden meebeleefd. Grote bekendheid geniet het verslag van zulk een visioen door de handelaar Nikolai Motovilov, een trouw bezoeker die door de heilige Serafim van langdurige kwalen genezen was. In 1903 werd Serafim officieel heilig verklaard door de Russische Kerk.