Feest van de geboorte van Christus
25 december

De Geboorte van Christus

De icoon van de geboorte van Christus en de lezing van de Heilige Lucas en H.Mattheus laten ons toe in dit mysterie van de Geboorte binnen te gaan. Kijken we naar de icoon:  Er heerst er zo een vrede en zo een harmonie.
Alles baadt in dit stralend licht waarvan H.Lucas zegt: “Een engel van de Heer verscheen aan hen en zij werden omstraald door de glorie van de Heer” (Lucas 2,9). De sterren stralen aan de hemel, de rotsen openen zich om hun Schepper te ontvangen, de dieren zijn vredig gebracht, de herders delen hun vreugde met de engelen, de wijzen haasten zich met blijdschap naar de ontdekking van de Waarheid die de ster aan het licht heeft gebracht.
“De maagd baart heden Hem, Die was voor alle zijn, en de aarde bidet een grot aan Hem die ongenaakbaar is. De engelen zingen lof met de Herders, de Koningen volgen de sterre, want voor ons is geboren als Kind, Die God is in alle eeuwigheid..”
(Kondakion van Kerst)
De dichter Romaan de Melode en de anonieme schilder hebben ons onderricht willen geven. Laten we elk van de elementen van deze icoon nog eens bekijken. We zien dat door de manier waarop die elementen aanwezig zijn, er een betekenis naar voren komt voor ons vandaag de dag.
Ten eerste de twijfel van Jozef over de maagdelijkheid van Maria en de goddelijke oorsprong van Jezus. Aan de onderkant van de ikoon wordt Jozef afgebeeld. Hij zit daar, uitgeput, en met zijn hoofd steunt hij op zijn hand. Hij wordt beproefd door de demoon van de twijfel in de vorm van een oude herder. Jozef is niet de enige die twijfelt aan dit mysterie dat te groot is voor het menselijk begrip. Laten we onszelf deze vraag persoonlijk stellen.
De tropaar van het feest schetst ons het bezoek van de wijzen. “Uw geboorte, o Christus onze God, bracht aan de wereld het licht der kennis. Een ster onderwees de aanbidders der sterren, om U te aanbidden, als zon der gerechtigheid en als opgang uit ten hoge: Heer, ere zij U.”

De wijzen vertegenwoordigen de antieke wijsheid die gericht is op de sterrekunde. Ze konden uit de sterren het lot van de mensen bepalen. Deze mensen uit het Oosten (Perzië, Syrië of Mesopotamië) vertegenwoordigden een hoogontwikkelde beschaving. Een beschaving waarin de wetenschappelijke kennis het verst ontwikkeld was in die tijd. Door dit Kind te aanbidden ontdekken zij de waarheid zelf, die ze altijd in de sterren hadden gezocht. Ze kennen nu de Zon der gerechtigheid. Het hemelse Oosten. Hij die uit de hemel komt. Het Woord dat in den beginne met God was en God was. Degene voor alle tijden. De aanwezigheid van de wijzen herinnert er ons aan dat Christus zich komt openbaren aan niet-gelovigen en aan hele naties.
“Licht om de heidense naties te verlichten en glorie voor uw volk Israel” (Luc. 2,32) zal de oude Symeon zeggen in de tempel. Deze wijzen hebben een lange zoektocht moeten maken alvorens bij de grot aan te komen. Maar de herders hebben het goede nieuws direct van een engel ontvangen, zonder voorbereiding (Luc 1,8-18). Na de uitleg van de engel haasten zij zich naar de kribbe, vervolgens maken zij het goede nieuws bekend. Zijn wij nog altijd getuigen van dit Goede Nieuws?
Wat Maria betreft: zij ligt daar uitgestrekt voor de grot. Indrukwekkend. Dat drukt het belang van de Maagd uit in het mysterie van de menswording. Maria wordt met de geboorte van haar zoon Moeder van God. Theotokos, een grieks woord dat betekent: “zij die God heeft gebaard”. Maar waarom, vraagt men zich vaak af, keert zij haar rug naar het kind? Zij kijkt met mededogen naar Jozef die zijn twijfels heeft. Daarmee vertegenwoordigt hij heel de mensheid die in de duisternis van de onwetendheid verkeert. Maria is steeds de gids. Zij wijst ons de weg naar haar Zoon en haar God. Daarom heeft de Orthodoxe Kerk de dag na kerst aan de Moeder van God gewijd. Heel de samenstelling van de icoon draait om de grot, daar wijst alles naar toe. Jezus is in de holte van de grot, alsof Hij uit de aarde zelf is voortgekomen. Dat beeld geeft ons de ware betekenis van de incarnatie. Toen Adam werd geschapen, werd hij uit de aarde genomen. Vandaag herschept de tweede Adam, de Christus, de mens in Zijn persoon.
De Zoon van God, in de holte van de grot, heeft onze menselijke vorm aangenomen. Hij is uit de aarde geboren en Hij zal naar de aarde wederkeren op het moment van zijn begrafenis. Zo is de Schepper opgenomen in de grot, gelegen in de kribbe zoals later in het graf.
“Maak, Bethlehem, wat nodig is voor het Kind klaar… de kribbe en de draagluiers van onze God! Het leven dat zij omwikkeld houden zal de boeien van de dood verbreken en zo aan de stervelingen de onsterfelijkheid geven…” (Lauden van 24 december). Het mysterie is ons ontsluierd. Christus is uit de hemel neergedaald tot in holten van de grot en later tot in de diepten van de hel opdat wij met Hem zouden opstaan!

Troparion van Kerstdag:
Uw Geboorte, o Christus, onze God, bracht aan de wereld het Licht der kennis: een ster onderwees de aanbidders der sterren om U te aanbidden als Zon der Gerechtigheid en als Opgang uit den Hoge: Heer, ere zij U.

Feest van de Theophanie of de doop van Christus in de Jordaan
6 januari

De Doop van Christus in de Jordaan

De icoon van de Theophanie vertegenwoordigt op symbolische wijze het doopsel van Christus in de Jordaan en illustreert ook enkele bijbelse teksten met betrekking tot de rol van het water als instrument en van de schepping van de wereld en van het heil van de mensheid. In de persoon van Jezus Christus, die geen zonden heeft begaan, wordt het doopsel natuurlijk niet toegekend zoals in ons geval “voor het berouw”, met het oog op de “vergiffenis van de zonden”  (Hand. 2,38). Wanneer hij de aardkorst bewandelt, dringt Christus binnen in een “vloeibaar graf”, het zwarte gat, de plaats van de doden. Zijn doopsel is in essentie de doortocht naar de dood en de verrijzenis, net zoals – naar zijn voorbeeld – ons eigen doopsel zal zijn, volgens de woorden van de Heilige Paulus: “Wij zijn dus met Hem in de dood begraven geworden door het doopsel, zodat wij, net zoals Christus verrezen is uit de doden door de glorie van de Heer, ook zouden naar het nieuwe leven stappen”  (Rom. 6,4). Wat meer is, de doop van Christus in de Jordaan heeft een waar persoonlijk Pinksteren met zich meegebracht, de eerste openbaring van de trinitaire God: “In uw doopsel in de Jordaan, Heer, heeft zich de verering van de Drieëenheid geopenbaard.”
We kunnen van de icoon ten eerste een verticale lezing doen: de scheuring van de hemel, steeds in een winkelboog, kondigt de theophane beweging aan, de aanwezigheid van de Vader die zijn Zoon aanwijst: “Dit is mijn zoon waarin ik al mijn liefde heb gestort”  (Mat. 3,18), en laat de driedelige straal filteren van de bewegende zuil die draagster is van de liefde van de Vader voor zijn Zoon, zoals de liefde van de Zoon voor de Vader. De zuil brengt ons terug naar het begin van het scheppingsverhaal, waar de Heilige Geest bewoog op de wateren bij het aanbreken van de Schepping, net zoals ze hier naar beneden daalt aan het begin van de schepping van een nieuwe mensheid.
Het doopsel heeft ook kosmische gevolgen: “Christus is gedoopt: Hij komt uit het water en daarmee helpt Hij de wereld er weer bovenop”  (liturgische hymne). Op die dag viert men in de Kerk de grote zegening van alle water: de zee, rivieren, meren, zonder het de hebben over het water dat de gelovigen naar huis meenemen om er op heel bijzondere gelegenheden van te drinken. Een horizontale interpretatie van de icoon is evenzeer mogelijk: deze vertrekt van het gezicht van de Heilige Johannes de Doper die op zich de aanwezigheid van de mensheid samenvat. De “laatste der profeten” heeft zichzelf geweld moeten aandoen (Mat. 3,14) om te aanvaarden diegene te dopen waarvan hij niet waard was de riemen van zijn sandalen los te maken.
Rechts ziet men de hemelse wereld en die der engelen; de drie engelen met gesluierde handen ten teken van aanbidding. In het midden tenslotte, Christus, die, in één gebaar, de wateren zegent; zozeer dat er sprake is van een kruising , op horizontaal vlak, van de wereld van de mens en van de engelen, en op verticaal vlak, van de hemel, van de aarde en van de hel. Alle elementen van de schepping zijn op die manier bijeengebracht met het oog op ons welzijn.

Troparion: Toen Gij Heer, gedoopt werd in de Jordaan, werd de aanbidding der Heilige Drieëenheid geopenbaard. De Vader heeft van U getuigd en noemde U zijn geliefde Zoon; de Geest, in de gedaante van een duif, bevestigde de waarheid van dit woord. Gij verschijnt ons, O Christus God, en hebt de wereld verlicht: Ere zij U.

 
Feest van de Transfiguratie of verheerlijking van Christus op de Thaborberg

De Transfiguratie of Verheerlijking van Christus op de Thaborberg

Laten we de Icoon voor ons nemen en de Evangelieteksten lezen, terwijl we de afbeelding bekijken. We zien de berg waarop de apostelen Christus in Zijn gedaanteverandering hebben aanschouwd. Die berg is een steunpunt en heel wezenlijk voor de ikoon, het is een getuigenis dat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden op een aanwijsbare plek, op aarde en niet het resultaat is van een onaardse exstase, buiten tijd en ruimte.
De schilder heeft de afbeelding opgebouwd volgens een streng geometrisch ontwerp. In het midden Christus schitterend van Licht. De straling komt uit Hem en vormt een ster, gevat in een cirkel. Die symbolische voorstelling van het Licht maakt ons duidelijk dat het om een ander Licht gaat. Het is niet het licht van de zon, het is een van een ander orde. Het licht dat van Christus uitgaat en de apostelen hebben aanschouwd, is de glorie van God. De heilige Johannes, de evangelist die op de berg tegenwoordig was, zegt het ons: “En wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.” (Joh.1.14)
De icoon is opgebouwd in twee vlakken boven elkaar: bovenaan drie figuren en drie aan de voet. Er is een groot verschil in houding tussen de twee groepen. Boven op de berg staan Mozes en Elias bij Christus, zij gaan binnen in de lichtcirkel en hebben deel aan Gods glorie, in volledige harmonie met Hem. Terwijl de apostelen aan de voet van de ikoon ontsteld zijn en hun hele houding verwarring en ontreddering uitdrukt. Een contrast dat ons er op wijst dat de mens God niet kan zien met lijfelijke ogen. Mozes en Elias blijven daar staan, op de berg, en verdragen Gods Licht, want tijdens hun aardse leven zijn zij met Jesaja de enigen geweest sinds de zonde val aan wie God had toegestaan Hem te zien (Ex. 33.18-23 en 1Kon. 19.9-13). Mozes is gestorven in de woestijn zonder het beloofde land te hebben bereikt (Deut.34.1-7). Elias werd weggevoerd in een vurige wagen en zijn overgang van de aarde naar de hemel blijft geheimzinnig (2 Kon. 2.11-13). Elias is uit de hemel neergedaald op de berg Thabor om de mensgeworden God te aanschouwen, terwijl Mozes, die door zijn dood met zijn voorvaderen was verenigd, de vertegenwoordiger is van al degenen die de komst van Christus naar de onderwereld verwachten. Mozes en Elias buigen zich voor Christus. Mozes verpersoonlijkt de Wet, Elias komt namens de Profeten en samen met hem getuigenis af te leggen van de Godheid van Christus, die de ‘voltooiing is van de Wet en de Profeten’ (Joh. 5.39-40, 46-47). Daartegenover behoren de drie ter aarde geworpen apostelen tot de levende mensheid. Ondanks hun verwarring bij het zien van Christus in Zijn heerlijkheid, zijn ze vervuld van vreugde en willen ze dit ogenblik vasthouden. Petrus vraagt om altijd om altijd op de berg te mogen blijven, daarom stelt hij voor tenten te bouwen om het visioen van Christus voor eeuwig te bewaren. Maar hij wist niet wat hij zei, het was nog te vroeg, ze waren niet gereed voor de eeuwigheid. Ze moesten met Christus door de dood heengaan om Hem in glorie terug te zien na de Verrijzenis.

Troparion : Gij werd verheerlijkt op de berg, o Christus God, en aan Uw Leerlingen toonde Gij Uw heerlijkheid. Doe ook voor ons, zondaars Uw eeuwig Licht stralen: Gij die ons het Licht schenkt, ere zij U.

De Kruisiging van Christus

De Kruisiging van Christus

Dit verhaal van de kruisiging door Christus vormt de kern van alle vier evangelieteksten; samen met het verhaal van de opstanding vormt het de kern van het Christelijk geloof. In de orthodoxe kerk behoort de kruisiging van Christus niet tot de Dodekaorton ofwel de rij van de twaalf grote feesten. Het Orthodoxe geloof stelt per definitie vreugde en verlossing centraal en niet het lijden van Christus.
Zo is Christus hier niet afgebeeld als een gebroken of ontredderde figuur zoals die in de westerse iconografie gangbaar is. In de orthodoxe traditie  wordt in de uitbeelding van de kruisiging meestal een onderscheid gemaakt tussen de menselijke  Christus en de goddelijke Christus. De goddelijke Christus is onoverwinbaar en eeuwig; hij blijft ongeschonden. De kruisiging is dan ook geen feest, maar een voorwaarde om na het lijden de verlossing des te uitbundiger te kunnen vieren. Blijdschap en hoop klinkt door in de iconografie van de kruisiging. Christus wordt afgebeeld slechts gekleed in een lendendoek. Maria en Johannes staan aan weerszijden van het kruis.

Het Feest der feesten Pasen
De opstanding van Christus

De Verrijzenis van Christus

De Orthodoxe traditie erkent twee opstandingsiconen die in overeenstemming zijn met de Heilige Schrift: die van de myrondraagsters bij het graf (Mat. 28, 1-8) en die van Christus’ nederdaling in de onderwereld.  Deze  nieuw  geschilderde  icoon (1998) heeft steeds een centrale plaats in de orthodoxe kerk tijdens de zaterdagavondvespers en de zondags liturgie.

Deze icoon waarvan het thema in de 8ste eeuw vaste vorm kreeg, draagt vaak het opschrift Anastasis, dat wil zeggen: opstanding.

Flitsend als een bliksem verschijnt Christus er als de Meester van het leven en van de kosmos, als de overwinnaar van de afgrond van de dood. Zijn verheerlijkt lichaam, tot leven gewekt door zijn goddelijkheid, straalt de goddelijke energieën  uit die door gouden flitsen worden gesymboliseerd; deze uitdrukking van de goddelijke dynamiek wordt ook door zijn fladderende kledij opgeroepen. Zijn hele wezen, “onbeschrijflijk licht”, kondigt het aanbreken van een nieuwe dag aan. Nadat Christus de poort van de onderwereld, die in kruisvorm over de afgrond ligt, gebroken heeft, vertrappelt Hij ze en grijpt Adam met een stevige hand vast om hem met kracht uit de duisternis van de dood omhoog te trekken.
Deze confrontatie van de eerste en van de nieuwe Adam krijgt een bijzondere betekenis. Deze icoon sluit aan bij de orthodoxe liturgie door er sterk de klemtoon op te leggen dat Christus’ opstanding het goede nieuws en de opstanding van alle stervelingen aankondigt. Met Adam wordt heel de mensheid, zijn erfgename, meegetrokken.

 Feest van Hemelvaart

 

Hemelvaart

Deze icoon toont ons héél wat realiteiten.  Bij een eerste vluchtige aanblik zie je een onevenwichtige samenstelling. Eén derde bovenaan en onderaan twee derde. Het derde bovenaan is de Hemel, en twee derden wordt besteed aan de aarde. Misschien door dit accent zou men kunnen zeggen: de icoon van de achtergeblevenen op aarde. Men legt dus niet het accent op de Hemelvaart, maar op hen die achterblijven. Dit wordt iconografisch uitgedrukt in de figuren van de icoon zelf: onderaan zijn de figuren groot in vergelijking met de figuur bovenaan. De betekenis en het zwaartepunt van de icoon ligt niet in de Hemelvaart zelf, maar  in de gevolgen voor de wereld en de kerk. Volgens de handelingen der apostelen ( 1, 12) had de Hemelvaart plaats op de Olfijfberg. Dit is de reden waarom het op een top van de berg is afgeschilderd, soms met enkele olijfbomen. De Heer staat afgebeeld in de mandorla, of een cirkel met verschillende concentrische cirkel en opgehouden door twee engelen. Dit is de uitdrukking van zijn heerlijkheid. Opmerkelijk: er zijn engelen boven en er zijn engelen beneden. De Moeder Gods staat in een verticale lijn op de aslijn van de icoon in de meest oude houding: de orante of biddende houding. Sereen , terwijl de apostelen in alle mogelijke houdingen en uitdrukkingen zich héél onrustig voordoen. Hier staan de apostelen niet geordend maar chaotisch opgesteld, terwijl de icoon van de nederdaling van de Heilige de apostelen perfect gerangschikt zullen zijn. De twee engelen tussen de apostelen wijzen met de handen naar boven , naar de Heer in Heerlijkheid. ( 2 Kor. 8,1)
De Handelingen 1, 11 verhalen dat de opgestegen Heer in glorie zal wederkomen op de wijze zoals Hij ten Hemel is gevaren.
Deze icoon is een profetische icoon
die de tweede Wederkomst van de Heer voorzegt. De grote groep onderaan is het beeld van de kerk, die bidt, die wacht, die voorzegt, die beleeft en bevestigd dat De Heer wederkomt. Vandaar dat de iconen die het laatste oordeel naar voor brengen het bovenste tafereel van de Hemelvaart hernemen.
Troparion

In heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God, en hebt uw leerlingen verblijd door de belofte van de Heilige Geest. Want door Uw zegen leerden zij dat Gij de Zoon Gods zijt en de Verlosser van de wereld.

Het feest van Pinksteren
De Nederdaling van de Heilige Geest

Pinksteren

De icoon is de geschilderde uitdrukking van de heilige Traditie van de Kerk, traditie die leeft in de heilige Schrift en in de liturgische teksten. Zij drukt de theologische inhoud van de gewijde teksten uit in grafische termen en is niet enkel een eenvoudige illustratie. Door middelen die behoren tot de zichtbare wereld brengt zij ons in contact met de onzichtbare wereld, zij drukt een geestelijke realiteit uit, en daardoor is zij altijd een beetje in discrepantie met de natuurlijke wereld. Zij staat boven de wet van tijd en ruimte: bij voorbeeld voor wat de ruimte betreft, bekommert ze zich niet om volume of perspectief, ze beperkt de voorstellingen niet tot een bepaald gebouw. Dit betekent dat de zin van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar daar bovenuit stijgt. Zij wil ook de schijn van de werkelijke wereld overschrijden en zich situeren in een wereld die niet onderworpen is aan de wetten van de tastbare wereld. Voor wat betreft de tijd, maakt ze de toeschouwer tijdgenoot van de gebeurtenis, er is een deelname, hier en nu, van diegene die de icoon aanschouwt. We bekijken nu een icoon van Pinksteren die zich bevindt in het klooster Stavronikita op de Athosberg en die dateert van de zeventiende eeuw.
We zien een bijeenkomst van mannen, die in een halve cirkel gezeten zijn, op een bank met hoge leuning. Het is een scène van een interieur, zoals blijkt uit de huizen op de achtergrond en het gordijn.
Er zijn twaalf protagonisten en ze dragen elk iets in de hand: de ene een perkamentrol, de andere een boek. Hun houding is kalm en plechtig, de sfeer lijkt hartelijk, ze onderhouden zich met elkaar. Men merkt ook een ruimte op tussen de twee middelste figuren, alsof de centrale plaats leeg gebleven is.
Boven het huis ziet men de hemel, van waaruit stralen komen die uitlopen in vlammen -vuurtongen- die afdalen en zich boven elk personage plaatsen.
Onderaan het beeld ziet men een donkere holte, waaruit een gekroonde figuur naar voren komt, met witte baard. Hij draagt een linnen doek met twaalf rollen.
De compositie is symmetrisch: zes mannen en zes vuurtongen langs elke kant.
De scène is lichtgevend: de hemel wordt voorgesteld als een gouden achtergrond, er is de zon en de lichtstralen op de banken, de lichtweerkaatsingen op de klederen.
De twaalf personages zijn de Apostelen, van het Grieks apostoloi, zij die gezonden zijn.
Bovenaan Petrus en Paulus, dan de vier evangelisten, die het Heilige Boek vasthouden, links Mattheus en Lucas en rechts Johannes en Marcus en verder waarschijnlijk Simon, Bartholomeus en Filippus (of Judas) links en Andreas, Jacobus en Thomas rechts.
Waarom is de heilige Paulus op deze icoon afgebeeld, kunt u zich afvragen, vermits hij niet aanwezig was op die dag en hij zelfs nog niet bekeerd was?
Dit komt omdat deze icoon niet enkel de gebeurtenissen beschreven in de teksten voorstelt, maar ook de zin en betekenis ervan toont. De betekenis van deze aanwezigheid lijkt klaar, de icoon toont niet enkel de historische ooggetuigen, maar de draagwijdte van het beeld wordt uitgebreid door een evocatie van de apostolische volheid en daardoor ecclesiale volheid; en kan men zich deze voorstellen zonder Paulus? Ze is ondenkbaar zonder hem en daarom zit hij tegenover Petrus. Doordat Paulus toegevoegd wordt, getuigt de icoon van de kerkelijke realiteit.
De icoon is niet een eenvoudige illustratie van de heilige Schrift, zij heeft een dogmatische en didactische inhoud, en onderwijst het geloof van de Kerk. Dit is zeker waar voor de icoon van Pinksteren die daarenboven het symbool is van de Kerk.

Troparion: Gij zijt gezegend, o Christus, onze God, Die met U Wijsheid de Vissers hebt vervuld, door hen te vervullen met Uw Heilige Geest. Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt; Minnaar der mensen, ere zij U.

 Feest van de De Boodschap aan de Moeder Gods
25 maart

De Blijde Boodschap aan de Moeder Gods

De Verkondiging door de Aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria nl. dat zij de Zoon Gods zal baren, thans gevierd op de 25e maart, d.i. precies 9 maanden vóór de Geboorte van Jezus op Kerstdag, herinnert ons aan de grootste en meest mysterievolle gebeurtenis uit de geschiedenis der mensheid, nl. de Incarnatie van het Woord Gods. Anders uitgedrukt: op dit moment heeft de Vader zijn Zoon Jezus doen ontstaan in de schoot van de Maagd Maria, en “de Zoon van de Vader wordt op natuurlijke wijze één en dezelfde met de Zoon van de Maagd”,  zoals de Heilige Anselmus het heeft uitgedrukt. De Maagd Maria krijgt daardoor de nam, schoner dan de schoonste ooit gegeven, nl. van Moeder Gods, in de Orthodoxe Kerk nog zo vaak aangeduid met de Griekse term Theotokos die als een diadeem in gouden letters haar voorstelling omspant. Moeder van Jezus, de nieuwe Adam, wordt zij tevens de Moeder van de gehele mensheid, die door Hem, door zijn Dood en Verrijzenis zal worden verlost. Zij wordt dus ons aller Moeder, Koningin van het gehele menselijke geslacht en van de gehele Schepping.

Het Troparion van het feest:  Heden is de aanvang onzer Verlossing: de openbaring van het eeuwig Heilsmysterie. De Zoon Gods wordt geboren als Zoon der Maagd. Gabriël verkondigt de Blijde Boodschap der genade. Met hem roepen ook wij tot de Moeder Gods: Verheug u, Hoogbegenadigde: de Heer is met u.