| Het
hesychasme in Rusland kende een merkwaardige bloei. Die periode bracht niet
alleen vruchten van heiligheid en sacrale kunst voort maar ook liturgische
vernieuwingen. In die periode is de iconostase in zijn huidige klassieke
vorm tot ons gekomen. Evenals in Byzantium was er in Rusland een tendens
om de betekenis van de verschillende momenten in de Goddelijke Liturgie
door middel van illustraties uit te leggen. Gelijklopend met deze pogingen
zien we de ontwikkeling van een afsluiting in de kerk die het heiligdom
van het schip heeft willen scheiden. Die afsluiting krijgt vorm in de iconostase
met verschillende registers van iconen en wordt één van de
essentiële elementen van het orthodox kerkgebouw. De iconostase wordt
zodoende een afscheiding die het heiligdom verbergt voor de ogen van de
gelovigen.
Heden lijkt deze afsluiting nutteloos, soms afstotend, niet alleen voor
wie niet orthodox is, maar ook voor sommig Orthodoxen zelf. Het lijkt
mij daarom nuttig even stil te staan bij de ikonografische voorstellingen
van de iconostase; hun betekenis ervan te belichten en pogen de hesychastische
uitdrukkingsvormen te onderkennen die erin uitgedrukt worden. In zijn
meest klassieke vorm heeft de ikonstase 5 iconenrijen (ook registers genoemd)
met bovenaan het kruis. Deze klassieke vorm dateert uit de 15e eeuw.
In de kerken van de eerste christelijke eeuwen was het heiligdom afgescheiden
van het schip door een afsluiting of een gordijn, soms door een rij kolommen
die met een bovenbalk waren verbonden (architraaf). Het gebruik van een
gordijn is ouder dan de afsluiting zelf. Dit werd reeds vermeld in de
eerste eeuwen. Het gebruik van een gordijn in plaats van een afsluiting
is bewaard gebleven in de Armeense en Ethiopische kerken. De afsluiting
en de kolommenreeks is van zover we weten terug te vinden bij Eusebius
van Cesarea in zijn geschiedenis van de Kerk en ook in het leven van de
heilige Constantijn. Het aanbrengen van ikonografische elementen op de
afsluiting en haar evolutie naar een iconostase begonnen reeds zeer vroeg.
In het begin droeg het sluitstuk of bovenbalk van de kolommenreeks een
kruis, ofwel erbovenop geplaatst of uitgehouwen in dezelfde steen. Justinianus
deed reeds in de 6e eeuw 12 kolommen plaatsen in de Aya Sophia en op de
bovenbalk werden er voorstellingen in reliëf van Christus, de Moeder
Gods, Engelen, Apostelen en Profeten aangebracht. Dit is ongeveer het
enige wat we over de ikonografische inhoud kennen van de afsluiting vóór
het ikonoklasme.
Na het ikonoklasme ontstond er een nieuwe ontwikkeling van de iconostase.
In de 11e eeuw bestonden er iconostasen met twee registers. Deze vorm
van iconostase kwam vanuit Byzantium naar Rusland over en had dezelfde
betekenis. Volgens de Vaders betekende deze niet een vorm van afscheiding
maar werd uitgelegd als een vorm van éénheid tussen de twee
groepen van de Kerk. Zo schrijft de H. Symeon van Saloniki: "Op het
sluitstuk van de zuilen stelt men de Verlosser voor, en aan zijn zijde
de Moeder Gods en de Voorloper, de Engelen, Apostelen en andere heiligen.
Dit leert ons dat Christus tegelijk in de Hemel is met al zijn heiligen
en met ons nú en dat Hij nog komen moet."
Keren wij terug tot de iconostase zelf. De bovenste rij is deze van de
Patriarchen. Zij stelt de Oud-Testamentische Kerk voor van Adam tot Mozes.
De periode van vóór de wet. De Patriarchen dragen opengerolde
rollen, met aangepaste teksten. In het midden bevindt zich de H. Drieëenheid.
De verschijning aan Abraham bij de eik van Mamre. Dit is het eerste verbond
van God met de mens en de eerste openbaring van de Ene God als Drieëenheid.
Eronder bevindt zich de Profetenrij, die de Oud-Testamentische Kerk vertegenwoordigt
van Mozes tot aan Christus. De periode die onder de wet valt. De profeten
dragen eveneens schriftrollen met de profetieën die verband houden
met de Menswording. In het midden van deze rij, de icoon van de Moeder
Gods van het Teken, de Moeder Gods met het Kind in haar schoot. Zij is
het Teken aangekondigd door de profeet: de Heer zelf zal u een teken geven:
zie de Maagd wordt zwanger, zij zal een Zoon baren en Hij zal Emmanuël
genoemd worden (Is. 7, 14) wat betekent: God met ons (Mat. 1, 23).
Deze twee iconenrijen zijn de uitdrukking van de voorbereiding van de
Nieuw-Testamentische Kerk. Het zijn de voorouders van Jezus Christus en
zijn aankondiging door de schare der profeten. De icoon van de Menswording
in het midden van de profetenrij drukt de direkte band uit die bestaat
tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Elke rij beantwoordt aan een
welbepaalde periode van de heilsgeschiedenis. De patriarchen vormen de
voorbereidingstijd en de profeten met hun profetieën zijn onlosmakelijk
verbonden met het centrale beeld: het Mens-geworden Woord van God. Tevens
zijn de twee bovenste rijzen de voorstelling van de liturgische cyclus
vóór Kerstmis, meer bepaald de twee zondagen die Kerstmis
voorgaan zijn gewijd aan de gedachtenis van de Voorouders, Patriarchen
en Profeten.
De iconostase
De volgende rij (derde) is deze van de feesten. Het Nieuw-Testamentische
tijdperk, dit van de genade. Zij toont de realisatie en de actualisatie
van hetgeen aangekondigd werd in de twee bovenste rijen. Het Oude Testament
heeft de Goddelijke werken van Jezus voorzien, het Nieuwe Testament is
de realisatie ervan; het ene heeft in beeld de waarheid afgeschilderd,
het andere heeft de realiteit ervan getoond.
Wat voorgesteld wordt zijn de Nieuw-Testamentische taferelen die het liturgisch
jaar vormen en die door de Kerk gevierd worden met een bijzondere plechtigheid.
Het zijn de etappes van Gods voorziening handelend in de wereld; een geleidelijke
realisatie van het heil.
De volgende iconenrij is de Deësis-rij (vierde) (Deësis wil
zeggen: bidden, afsmeken). Ze omvat de Engelen, Heiligen, Apostelen en
hun opvolgers - bisschoppen, monniken, martelaren enz.
Zij zijn
volgens een welbepaalde volgorde gerangschikt rond de centrale voorstelling
van de Deësis. De strikte Deësisrij is een drieluik: Jezus Christus
in het midden met aan zijn rechterkant de Moeder Gods, en aan zijn linkerkant
de Voorloper; beide gekeerd in gebed voor Hem. Die uitgebreide Deësisrij
toont niets anders aan dan het resultaat van de Menswording en van Pinksteren.
Het is de volheid van de Nieuw-Testamentische Kerk. Het is de vervulling
van wat de drie bovenste rijen van de iconostase ons tonen. Het centrale
thema van deze rij is het gebed van de Kerk voor de wereld. Dit is het
eschatologische aspekt van de Kerk.
De onderste iconenrijk wordt ook wel eens de "plaatselijke"
iconenrij genoemd. Aan weerszijden van de Koninklijke Deuren is er een
grote icoon geplaatst. De Christus-icoon en rechts van Hem de Moeder Gods
met het Kind (links gezien vanuit de toeschouwer). Deze gewoonte heeft
soms jammerlijk genoeg uitzonderingen. Soms is de icoon van Christus vervangen
door een heilige of door een feesticoon waaraan de kerk gewijd is. Het
is voor deze iconen dat de celebranten, sedert het einde van het ikonoklasme,
de ingangsgebeden bidden die een belijdenis zijn van de icoon van Christus
en tevens bidden zij voor de icoon van de Moeder Gods. Deze iconen worden
vooral direkt en intiem vereerd; men kust ze en men ontsteekt er kaarsen
voor. Op de noordelijke en zuidelijke zijdeuren zijn de aartsengelen (de
H. Gabriël en de H. Michaël) of heilige diakens op afgebeeld
(tijdens de liturgische celebraties hebben de diakens de rol van de engelen,
van boodschapper te zijn). Op de zuidelijke deur is de aartsengel soms
vervangen door de goede moordenaar, wat eens te meer onderlijnt dat het
heiligdom het paradijs symboliseert: "Heden zult gij met Mij in het
Paradijs zijn" (Lk. 23, 43).
Indien er nog plaats is aan
weerszijden van de deuren is er een mogelijkheid tot het plaatsen van
andere iconen. Deze onderste rij is meestal assymetrisch en gevarieëerd
en hangt meestal af van de lokale nood en karakter van de Kerk.
De centrale deur, de Koninklijke of Heilige Deuren, bestaan al even lang
als de afsluiting van de altaarruimte. Van oudsher waren ze getooid met
iconen. Gewoonlijk wordt de aankondiging erop voorgesteld boven de vier
Evangelisten. Soms ziet men ook de H. Basilios de Grote en de H. Johannes
Chrysostomos afgebeeld die elk het evangelieboek vasthouden of een perkamentrol
met teksten uit hun Liturgie.
De ingang van het heiligdom symboliseert de ingang van het Koninkrijk
Gods. De Aankondiging is het vertrekpunt, het begin van ons heil dat de
mens toegang verleent tot dit Koninkrijk en is de figuratie van de Blijde
Boodschap gebracht door de vier Evangelisten. Die Blijde Boodschap richt
zich rechtstreeks tot de mens die naar deze plaats komt om deel te hebben
aan het Koninkrijk. Het is hier op de "solea", d.i. op de grens
die het heiligdom van het schip scheidt dat de H. Communie van de gelovige
zich voltrekt. Daarom is boven de Koninklijke Deuren de Eucharistie uitgebeeld,
de liturgische beleving van het laatste Avondmaal. Christus zelf geeft
de communie (Zichzelf) aan de Apostelen. Langs de ene kant reikt Hij het
Brood aan en aan de andere kant de Kelk. Deze dubbele voorstelling drukt
uit dat de H. Communie zowel als Brood (Zijn Lichaam) en als Wijn (Zijn
Bloed) dient ontvangen te worden. De voorstelling van de Communie der
Apostelen onderlijnt het ministerie (dienstwerk) van Christus: Hij is
de Opperste Offeraar.
De globale structuur van de iconostase is zeer duidelijk uitgedrukt in
de Eucharistische canon: "Gij en Uw ééngeboren Zoon,
en Uw Heilige Geest. Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht,
en nadat wij gevallen waren, hebt Gij ons weer doen opstaan. Gij hebt
onophoudelijk alles gedaan om ons in de hemel te leiden en ons Uw Komend
Koninkrijk te schenken".
In het zicht van de gelovigen ontplooit de iconostase de wegen van de
goddelijke heilseconomie: de geschiedenis van de mens geschapen naar het
beeld van God als Drieëenheid en de wegen van God doorheen de geschiedenis.
uit "Théologie
de l'Icône dans l'Eglise Orthodoxe"
van Léonide Ouspensky
|